Home / Actueel / Nieuws / Inzoomen en uitzoomen op het LeVEL-congres

Het LeVEL-congres op 7 oktober maakte duidelijk wat samenwerking in wijken en regio’s nodig heeft om verder te komen dan overleg en goede bedoelingen. De workshops van verschillende ROS’en leverden herkenning, praktische inzichten en nieuwe verbindingen op — én de duidelijke oproep om ervaringen, ook als ze nog niet af zijn, vaker met elkaar te delen.

De belangrijkste opbrengsten: werk vanuit een gedeelde richting, betrek verschillende perspectieven gelijkwaardig, zet kleine en concrete stappen en gebruik monitoring vooral om samen te leren en bij te sturen.

Verandering begint met kleine stappen 

De keynote van Arjen Banach vormde een waardevolle start van de dag. Zijn boodschap: verandering begint niet bij een perfect plan, maar bij het gedrag dat we iedere dag laten zien. Niet wachten op een grote doorbraak, maar iedere dag een kleine stap zetten (de 1%-regel).  Van uitvoeren naar uitvinden: stel vragen, probeer en leer van wat wel en niet werkt. Daarvoor moeten we ook durven stoppen met werk dat weinig waarde toevoegt.

“Van de waan van de dag naar de waarde van morgen.”

Inzoomen: Samenwerking blijft mensenwerk 

Die boodschap kwam terug in de workshop over wijksamenwerking, die Lianne van der Wijst (ROS Robuust) en Esmee Boerstal (ROS Mura Zorgadvies) vanuit het ROS-netwerk verzorgden. Ze begonnen met de vraag: hoe laat je samenwerking in de wijk mislukken? De reacties kwamen direct: niet luisteren; alleen vanuit het eigen belang handelen; geen gedeeld beeld van de opgave hebben; inwoners niet betrekken; veel beloven en weinig doen. De oefening bracht energie en herkenning. Door te benoemen wat mis kan gaan, ontstond een open gesprek over wat samenwerking juist nodig heeft. Deelnemers deelden voorbeelden, dilemma’s en ervaringen uit hun eigen regio. Daarbij kwamen vijf succesfactoren steeds terug: 

  • Helderheid over gedeelde richting;
  • Het gaat om de mensen;
  • Samen doen;
  • Stap voor stap;
  • Borging.

Op papier klinkt dit overzichtelijk. In de praktijk is het zoeken. Wie vertegenwoordigt wie? Hoe betrekken we inwoners, zeker mensen die niet vanzelfsprekend aan tafel zitten? Hoe voorkom je dat alles afhankelijk wordt van één kartrekker? En hoe houd je vaart zonder partijen te verliezen? Wat is er eigenlijk al in een wijk waarop je kunt voortbouwen? Juist die vragen laten zien dat er geen blauwdruk is. Maar dat er wel behoefte is aan #hoedan. De whitepaper ‘Samenwerken in wijk’ geeft hiervoor concrete handvatten.

Uitzoomen: kijk breder vanuit een ecosystemisch perspectief naar opgaven

Uitzoomen betekent dat je niet alleen kijkt naar structuren, afspraken en de bekende partners, maar naar het hele ecosysteem rond een maatschappelijke opgave. Het IZA, AZWA en de RESV-structuren geven richting, maar maken samenwerking niet vanzelf succesvol. Daarvoor zijn ook vertrouwen, professionele energie en gedeeld eigenaarschap nodig. De workshop ‘hoe breng jij beweging in jouw regionale opgave’ door Nione Imanuel (ROS Elaa) liet zien dat veel samenwerkingen nog sterk leunen op governance en organisatie, met het risico op netwerkmoeheid en verlies van momentum. Ecosystemisch werken vraagt daarom om voortdurend balanceren: soms is meer structuur nodig, soms juist meer ruimte voor relaties, uiteenlopende belangen en onverwachte partners. Door geregeld uit te zoomen, wordt zichtbaar waar de energie zit, waar die weglekt en wat nodig is om samen weer beweging te creëren.

Het ecosystemisch kwadrant

Het ecosystemisch kwadrant helpt om die balans zichtbaar en bespreekbaar te maken. De ene as loopt van functionele samenwerking — governance, rollen en afspraken — naar sociale oriëntatie, zoals vertrouwen, motivatie en relaties. De andere as laat zien dat de nadruk vooral ligt op de eigen organisatie en inhoud, of op een breder ecosysteem met uiteenlopende partners. De positie in het kwadrant is geen oordeel of eindpunt, maar een momentopname: waar stroomt de energie, waar stokt het en is nu meer structuur, ontmoeting of diversiteit nodig?

Van positie kiezen tot samen leren

Ook in drie andere workshops met partners binnen LeVEL brachten ROS’en hun kennis en praktijkervaring in. Reos onderzocht met zorgverleners hoe zij in RESV’s en hechte wijkverbanden kunnen omgaan met verschillende belangen én hun stem goed kunnen laten horen. Elaa liet zien hoe transformatieleren met reflectie, praktische tools en de ROS-Delta helpt om de verbinding te leggen tussen bedoeling, handelen en resultaat. Proscoop richtte zich op community building: hoe je online en offline verbinding, kennisuitwisseling en een lerend netwerk in regio of wijk versterkt. Daarmee hadden alle workshops waar het ROS Netwerk een bijdrage aan leverde verschillende invalshoeken, met één rode draad: duurzame verandering vraagt om invloed, leren en actief bouwen aan verbinding.

We moeten veel meer delen 

Het congres en de workshops lieten zien dat veel partijen met vergelijkbare vraagstukken worstelen. Dat is niet vreemd. De beweging naar hechte wijkverbanden en regionale samenwerking raakt verschillende domeinen, organisaties en beroepsgroepen. Verandering verloopt daardoor zelden rechtlijnig. 

Maar juist daarin ligt een kans. In iedere regio worden formats ontwikkeld, fouten gemaakt en oplossingen getest. Als we die ervaringen vaker delen, hoeven we niet allemaal opnieuw hetzelfde uit te vinden. Niet alleen de successen en de 100%-af versies, maar ook de twijfel, de mislukte aanpak en de vragen waarop nog geen antwoord is.

Het LEVEL-congres liet zien hoeveel kennis en energie er aanwezig is. Nu is het aan ons om die uitwisseling tussen congressen door gaande te houden. Door elkaar op te zoeken, praktische voorbeelden te delen en samen te blijven leren. En juist daar ligt de meerwaarde van LeVEL en het LeVEL platform.

Meer weten? 

Neem dan gerust contact met Esmee Boerstal op of bekijk de website van het LeVEL-congres. 

Neem contact op