Blog: “De eerste stappen naar context-based medicine”

Naar nieuws

Door Ellen Selten

In hoeverre zijn de effecten van innovatieve werkwijzen in de zorg meetbaar? Wat zijn betrouwbare metingen? En wat zeggen theoretische, kwantitatieve metingen nu écht over de kwaliteit van zorg voor individuele patiënten in hun dagelijkse omgeving?  

Met deze vragen stoeien zorgverleners, zorgverzekeraars én de adviseurs van Mura Zorgadvies bij het implementeren van innovatieve werkwijzen. Zorgverleners hebben vaak goede ideeën over werkwijzen die de zorg beter en/of goedkoper maken. De adviseurs van Mura helpen zorgverleners om deze innovatieve werkwijzen van idee naar de tekentafel en uitvoering te brengen. Voor het meten van ‘succes’ gebruiken we daarbij meestal de drie doelstellingen van Triple Aim: het verbeteren van de gezondheid, het verbeteren van de ervaren kwaliteit van zorg en het verlagen van de kosten. Bewezen resultaten op Triple Aim zijn van belang om innovatieve werkwijzen op termijn duurzaam te financieren en te borgen in standaard zorg.

Zorgverleners en Mura-adviseurs merken dat het lastig is om evidence-based resultaten aan te tonen in kortlopende pilots met kleine aantallen patiënten. Metingen zijn altijd een reductie van de werkelijkheid, waarbij de context – de individuele situatie en omgeving van de patiënt – vaak buiten beschouwing gelaten wordt.

Zonder context geen bewijs
Het rapport ‘Zonder context geen bewijs’ van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS, 2017) zet vraagtekens bij de waarde van evidence-based medicine als graadmeter voor de beste zorg. De beste zorg wordt tegenwoordig gereduceerd tot bewezen zorg, terwijl de beste zorg verschilt per situatie en per patiënt en door de tijd heen kan veranderen. Ik merk de frustratie onder zorgverleners wanneer zij voelen dat een bepaalde werkwijze tot verbeteringen leidt, maar dit niet kunnen bewijzen in een pilot. Aan de andere kant moeten zorgverzekeraars uiteraard zorgvuldige keuzes maken en kunnen zij geen zorg financieren op basis van enkel een ‘gevoel’. Ik sluit me daarom aan bij het rapport van RVS dat pleit voor een dialoog over goede zorg tussen zorgprofessionals, organisaties, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties en gemeenten. Samen het gesprek aangaan, zodat naast ‘bewezen zorg’ ook contextuele factoren worden meegenomen. Dit geeft verdieping aan de kwantitatieve metingen in een pilot, vergroot het onderlinge begrip en zorgt dat er meer draagvlak is voor een gezamenlijk doel. Een hele uitdaging, maar het is interessant en zinvol om er als adviseur een steentje aan bij te dragen.

Hoe zetten we nu samen de eerste stappen van evidence-based naar context-based medicine?
Evidence-based medicine geeft veel inzicht in kwaliteit van zorg, maar is niet de heilige graal in de dialoog over de beste zorg. Mura vult evidence-based practice daarom aan door kwantitatieve en kwalitatieve resultaten te combineren. Kwalitatieve methoden worden gebruikt als aanvulling op kwantitatieve metingen omdat dit meer inzicht geeft in de ervaringen van patiënten én zorgverleners (Quadruple Aim). Casuïstiekbeschrijvingen worden gebruikt om resultaten te illustreren en de patiënt centraal te stellen. Zo worden de patiënten in hun individuele context het vertrekpunt voor de ‘beste zorg’ en kunnen we samen op weg naar context-based medicine!

Nieuwsgierig hoe we dit doen? Of heb je zelf een innovatief idee waarover je graag eens van gedachten wisselt? Neem dan contact op met één van de adviseurs van Mura.